4.15.2013


Rorschach versus Geometrics. (werktitel Artwall n°6 )

De Rorschachtest heeft als psychologisch testinstrument al heel wat (terechte) kritiek mogen ondergaan. Feit is wel dat de beroemde gespiegelde inktvlekken deel zijn gaan uitmaken van ons cultuurpatrimonium. Ze staan, eerder ongewild, symbool voor het bizarre, het onvatbare, alles wat met dieperliggende drijfveren en de menselijke weerhaken in het denken te maken heeft. Herinnert u zich bijvoorbeeld nog de film Dead Ringers van David Cronenberg, waarin Jeremy Irons een behoorlijk gestoorde tweeling (beide chirurgen) speelt?

Het is een niet lineaire symmetrie die aan de basis ligt van de grilligheid van deze illustere inktvlekken. De Rorschachvlek vormt met zijn veelheid aan details een Gestalt-beeld waarin je heel andere totaalcontexten zou moeten kunnen ontwaren. Het is op basis van dit, door perceptie ge-vormde of ver-vormde totaalbeeld, dat de manier van denken van de geteste persoon zich voor de onderzoeker zou moeten onthullen.

Kunstwerken zijn betekenisdrager van wat de kunstenaar wil communiceren. Eens aan een muur of in een boek leeft dit kunstwerk echter zijn eigen leven.
De kijker kan er dan (naar analogie met de Rorschachvlek) zowat àlles in zien.
En dat is goed, want kijken is een uiterst persoonlijke beleving. Maar, as is said before: ‘it takes two to tango’. Dus,  desondanks al het voorgaande ,  vergt het van de kunstenaar wel de allergrootste kunstigheid om zijn publiek, zo subtiel mogelijk, naar de door hem of haar gewenste ervaring te leiden.

Wij gebruiken in Artwall 6 de werktitel ‘Rorschach versus Geometrics’ als een onderzoek naar de esthetische ervaring bij zowel kunstenaar als kijker.

Benaderen / concipiëren we kunst ‘onderbewust-psychologisch’ of ‘zintuiglijke-cerebraal’? Zijn dit pistes die naast elkaar lopen?  Or,..., never the two shall meet?    
Of, zijn het eerder wegen die elkander op een gegeven punt onvermijdelijk zullen kruisen ?

Deze werktitel raakt ook aan de invulling van wat we ervaren als esthetisch.
Het woord ‘esthetiek’ is etymologisch verbonden met het Griekse aisthèma dat ‘waarneming’ betekent. De ‘waarneming’ zou tegenover het ‘denkbare’ moeten staan. Maar is dit zo? Wat we zien en wat we waarnemen is meer dan waarschijnlijk nooit of te nimmer hetzelfde. Voor jou en voor mij niet, en zelfs niet voor jezelf, aangezien je steeds meer leert over de wereld die je omringt.

Het begrip esthetiek houdt bovendien meer in dan alleen schoonheid, het bevat ook een veelheid aan categorieën gaande van ‘het sublieme’ tot ‘het afstotende’. Variërend van, bijvoorbeeld, de ‘semi-goddelijke gevoelens’ in de heldere uit ‘wiskundig-geometrische’ stijlfiguren opgebouwde muziek van JS Bach, over de romantische liefde voor ruïnes van allerlei aard, tot fascinatie voor het abjecte en het gestoorde.
Harmonie als toppunt van pure schoonheid?
Of liever schoonheid ervaren via weerstand of schok?
Een middenrif-ervaren en/of cerebraal kijkplezier?
Het is op dit kruispunt van cognitie en emotie dat Artwall 6 zich wil bevinden!




Lieven Lefere


Lieven Lefere is een vorsende fotograaf. Hij onderzoekt zijn thema's ten gronde.
Hij analyseert en archiveert. Nuchter, afstandelijk. Maar toch ook, hij mystificeert.
Zijn donkerste werken zijn een aanslag op de geest. De kijker ondergaat meer dan een  hint van gevaar. De onderwerpen zijn dan ook niet toevallig gekozen. Het zijn testlaboratoria waar de mens probeert vat te krijgen op het onheil. Het oncontroleerbare toch te meten.
Hoe lang duurt het vooraleer een tafel vuur vat in een brand?
Hoeveel druk verdraagt een scheepsdeur?
Bij welke slingering gaat een auto uit de bocht?
Voor wetenschappers cijfers. Voor mensen drama's. Lieven Lefere heeft dit thema toegewijd vertaald in zijn recente fotografische oeuvre.
Voor Artwall hebben we gekozen voor 2 van zijn letterlijk donkerste werken, met heel veel zware, voor de ziel verontrustende, zwartpartijen.


 Luc Rabaey
Met een heel klein onderdeel van zijn fotografische oeuvre, uit Luc Rabaey-galeriehouder ( fotogalerij 44 gallery Brugge ), zich hier ook als Luc Rabaey–fotograaf  !
De 2 diptieken hier te zien, zijn nav Artwall gedestilleerd uit de reeksen 'Reconstruction of the Real' en 'Design of History'.

Luc is een snelle fotograaf, hij heeft een snel oog en handelt zijn camera daarnaar.
De fotografie die daaruit voortspruit is dat echter niet. Het is fotografie die zich traag laat lezen omwille van zijn veellagigheid. De werkelijkheid wordt hier op de leest van een nieuwe dimensie geschoeid. In de foto's bevinden zich kijktunnels, modernistische vormentaal, precieze geometrische verhoudingen, trompe l'oeuils, infinis en multiple betekenislagen. Luc Rabaey heeft zich met deze reeks op een missie geworpen om de algebra van de straatfotografie te herinterpreteren. Of om het met zijn eigen woorden te zeggen “To re-construct you need to de-construct chaotic reality first. Not literally or in a slow, analytical way, but as a vision in which you de-construct and re-construct at the same moment, in one overarching view.”


Lore Vanelslande

Mocht Lore Vanelslande niet geboren zijn in het leven van een hedendaagse kunstenares, dan toch wel zeker in het in het lichaam van een draaiende derwisj.
Haar strakke geometrische stijlfiguren zoeken immers evenzeer als de derwisj naar een zichzelf ontvouwende ruimtelijke  harmonie. Het is moeilijk te zeggen waar hier de grens ligt tussen hand, oog, toeval, hersenen, karakter en spiritualiteit.
Lore maakt dikwijls gebruik van oude papieren als drager, en deze versmelten maar al te graag graag met haar meticuleus uitgepuurde tekeningen.



Filip Gheysen

Filip Gheysen is muzikant, geluidskunstenaar en visueel kunstenaar. Hij volgde Vrije Grafiek aan St-Lucas en aan Academie Gent. Naast grafiek is Gheysen gaan experimenteren met allerlei technieken, zoals bvb. video en geluid.Via abstracte vormen, lijnen en krassen gaat hij op zoek naar een synthese, een soort composiet van mentale, emotionele, fysische en psychologische antwoorden(*).

Wie naar de werken van Filip Geysen kijkt speurt soms een vleugje Japan. Ook ik krijg soms die indruk. Zijn werk doet me bladeren in dat handboekje over Wabi-Sabi, die zogezegd ongrijpbare terminologie. Sta me toe hier toch achtereenvolgens een aantal kenmerken van Wabi-Sabi op te sommen die kloppen met het werk van Filip Gheysen...
1.Het onnodige radicaal laten vallen. 2.Materialenhiërarchie volledig negeren (een stuk karton is voor Filip even goed als het fijnste canvas). 3.Onregelmatig. (Zijn fijne krijtlijnen zoeken hun weg om uniek te zijn). 4.Minutieuze variaties op een thema.
(Iedere millimeter speelt mee in het constant nét naast de perfectie willen blijven). 5.Het mag niet perfect zijn.(Perfectie zou pijn doen aan zijn werken). 6.Intiem, zonder pretentie, imperfect, incompleet, simpel en van een aardsheid die doet stilstaan.
Bij het troostende van een witte lijn die een zwart vlak doorkruist bijvoorbeeld.
Een lijn die bijna mystiek oplicht, als een levensenergie die zich kort en nietig door het heelal beweegt. Om dan, vanzelfsprekend, geruisloos te verdwijnen.





 Peter Waterschoot

Onlangs herdoopte ik, bij wijze van experiment, mijn fotografisch werk tot het (one man) 'Buro for  tropical Spleen, Borders of Simulacra, Melancholia and neon Poetry' .
Enerzijds als uitdaging voor mezelf en anderzijds omdat het de vlaggen zijn die best  mijn fotografisch onderzoeksterrein afboorden.
Het 'Buro for  tropical Spleen, Borders of Simulacra, Melancholia and neon Poetry' presenteert hier twee monochromen in zwart. ‘Black Car in Window’ en ‘Black Curtain’. Ter inzage ligt ook het op 100 exemplaren gelimiteerde editie 'the seventh Row of Seats', hiervan zijn enkel nog een zeer beperkt aantal special limited editions inclusief losse barietprint van ‘Blue Moon Quarry’ verkrijgbaar.


Géraldine Van Wessem

Géraldine fotografeert zoals ze overkomt in het leven. Verfijnd. Je voelt hoe ze haar camera dwingt op een zoektocht naar een doorgedreven esthetische ervaring en benadering. Geraldine wil fotografische schoonheid brengen. Al kan die foto-schoonheid soms wat onaangenaam aanvoelen. Wegens niet zo bereikbaar. Zelfs in haar portretten geen democratisch goed, eerder elusief. Of zelfs, niet altijd zo mooi als het lijkt. Maar vooral, weg van de door ‘Homo Sapiens Consumatus’ platgetreden paden. Géraldine Van Wessem zoekt de moeilijker paden soms letterlijk op, ze schuwt de fysieke inspanning niet om bepakt met zwaar fotomateriaal door ijskoude rivieren te waden op zoek naar landschappelijke parels die zich ver van de mensheid bevinden.
Hier op Artwall toont Géraldine een serie afsmeltende gletsjers. De ijsvlakken vormen prachtige patronen met groene, bruine en zwarte onderlagen. Als toeschouwer wil je in de foto stappen, de lucht inademen, de stilte horen, en vooral de geur ruiken die vrijkomt uit het gletsjernat. Met gemengde gevoelens weliswaar, omwille van het smelten.


Caroline Vincart

Caroline heeft prachtig werk geleverd met haar expo 'kantelingen' in kunstenbroedplaats Croxhapox. In haar persoonlijk fotowerk zou ik niet van kantelingen doch eerder van omwentelingen spreken. Haar eerder fotowerk was gestoeld op een sensitief in de wereld staan maal de registratie van het moment vertaald in klassieke fototaal. Het klassieke trio mensen, situaties, landschappen.
Haar benadering daarin is volledig veranderd in die zin dat ze nu radicaal kiest voor landschap en plasticiteit. Haar werk is nog steeds sensitief in de wereld staan maal de registratie van het moment, maar dan tot de derde macht verheven door de plastische ingrepen.
Haar foto's houden op louter foto's te zijn. Ongeacht hun formaat (van metersgrote prints tot miniatuurtjes op de meest verscheiden materialen) worden haar beelden getransformeerd van fotowerk tot kunstwerk.
‘Fotografiek’ dus eigenlijk; soms  met een donker randje, soms licht en ijl, maar altijd efemeer …. Caroline vindt deze nieuwe, meer ‘efemere’ klemtoon in een fascinatie voor menselijke tijd -en ruimtebeleving. In haar nieuwer werk tracht ze tijd te vangen, te ontdubbelen, te rekken. Het is alsof ze haar vinger voorzichtig aan een rewindknop zitten heeft, om nog eens te zien, of dat moment er-wel-werkelijk-was.


Sabine Oosterlynck – videokunst/ installatie

Herinnert U zich Patty Hearst en het Symbionese Liberation Army nog?

Het meest recente performance werk van Sabine Oosterlynck 'sounds like Patty'  is misschien moeilijk te begrijpen voor wat men soms wel eens de 'digital natives' durft te noemen. Voor iedereen ouder dan 30 ligt dat wel wat anders, zij gebruikten namelijk ooit nog cassettes. 
Sabine Oosterlynck baseert zich in dit werk  zeer exemplarisch op de ervaringen van Patty Hearst en de daarbij horende  registraties van haar stem op audiotape tijdens de kidnapping.
Sabine Oosterlynck heeft na herhaaldelijke beluistering van deze tapes verschillende performances en artefacts uitgewerkt waarbij tape, in dit geval videotape centraal staat. Het verloren gegane areaal aan beschadigde, slecht bewaarde of gewoon gedumpte kilometers audio- en videotape, gebruikt tot eind de jaren tachtig, moet immens zijn.
Het verlies van deze met metaalsubstantie bedekte verloren polymeren valt zeer waarschijnlijk wel samen met ons persoonlijk verlies van media-gerelateerde herinneringen. Quotes uit films, bepaalde scenes, we kunnen ze niet allemaal blijvend 'opslaan'. Aldus geraakt onze eigen culturele bagage ondergesneeuwd en gedefragmenteerd in ons mensengeheugen.
Wat resulteert in slapende, ruisende meta-herinneringen aan film, radio en televisie uit het-in decennia-plusminus recente verleden.

De video’s op Artwall maken deel uit van het project ‘Sounds like Patty – DAY 4 & DAY 5’: performances, installaties, objecten.  Het klinkt als een filmtitel. Voyeurisme en het vluchtige en het manipulatieve van de massamedia vormen het Leitmotiv voor deze reeks. De vergankelijkheid van informatie, archieven, en het onzichtbare beeld  in een alledaagse context staan centraal.

De video ‘Encounter’ was made in situ at Artwall.



  
1.  Encounter  -  2012  DVD 3min 52sec


2.  Fotomemo – Limited edition  (10 x 10 memo cards in a box) 2013


3.      Reel 2 Real  2012 DVD 24 min 26 sec Loop


4.  Sounds Like Patty  catalogi & artefacts  2012-2013





Artwall n°6 handout.
All texts except (*) written by Peter Waterschoot.
Artwallconcept & curating : Peter waterschoot.

3.06.2013

the matrix of art; through the rabbit hole.

preparing myself for a 2 days art photography lecture /workshop at HOWEST Kortrijk dept. game developement.
very inspiring. I'm digging in !

An Extract from Die Zeit online.

IN-GAME-FOTOGRAFIE
Die Kunst des Screenshots
Fotografen gehen auch in Computerspielen auf Bilderjagd. Die noch recht junge Kunstform der In-Game-Fotografie bringt aber Probleme mit dem Urheberrecht mit sich.



Foto von Duncan Harris aus "Battlefield 3"
Bei Facebook werden nach Angaben des Unternehmens 12.500.000 Fotos hochgeladen – pro Stunde. Bei Flickr sind zumindest noch 100.000 im selben Zeitraum. Mittlerweile hat sich die Lust am Motiv, an Komposition und bildlicher Erinnerung ins Virtuelle fortsetzt: in die immer größer und schöner werdenden künstlichen Welten von Computerspielen. In-Game-Fotografie heißt die Kunstform.

Der Sprung von der realen zur virtuellen Fotografie ist überraschend klein: Im First-Person-Shooter steuert der Spieler sozusagen eine körperlose Kamera, und moderne Open-World-Spiele wie Skyrim erlauben die freie Erforschung einer Umgebung, die in ihrer schieren Größe unzählige Bildmotive bereithält. Und auch wenn diese Welt selbst zur Gänze das Werk von Leveldesignern, Künstlern und Programmieren ist: Der subjektive Blickwinkel, die Auswahl des Bildausschnitts und das Auge für Komposition und den perfekten Moment sind auch hier die souveräne Leistung des In-Game-Fotografen. In-Game-Fotografie ist deshalb ebenso richtige Fotografie wie etwa Architektur-Fotografie.

Auch für Martin Geisler, Professor für Medien- und Kulturpädagogik an der Ernst-Abbe-Fachhochschule Jena, zugleich Leiter des Erfurter Instituts für Computerspiel Spawnpoint und selbst In-Game-Fotograf, ist diese Aneignung ein kreativer Akt. "Ich erschaffe die Umgebung nicht, ich besetze sie mit meinen Erlebnissen", sagt er. "Natürlich bin ich dabei auf die Grenzen der Schöpfer angewiesen – aber hier unterscheidet sich In-Game-Fotografie nicht von klassischer Fotografie."

Im Unterschied zur Games-Art-Szene, in der sich Medienkünstler wie Robert Overweg, John Paul Birchard oder Palle Torrson schon seit Jahren experimentell mit Games beschäftigen, tritt allerdings für die langsam aufblühende In-Game-Fotografieszene das Medium in den Hintergrund: Es ist das Bild selbst, das für sich stehen soll.



VORHERIGES BILD
NÄCHSTES BILD
1 von 8 | Bild von Duncan Harris aus "Skyrim"
Star und Mitbegründer dieser Szene ist der britische Games-Journalist Duncan Harris. Auf seiner Seite Deadendthrills versammelt er seine Hochglanz-Gamesfotos, die ohne Nachretuschierung, aber dafür auf extrem leistungsstarken Rechnern entstehen. Dadurch erstrahlen die Spiele in einer Pracht, wie es sie auf handelsüblichen Spiele-Rechnern nicht gibt, weil sie so nicht flüssig spielbar wären.

Wie bei der Standfotografie, der still photography am Filmset, haben auch die Spielehersteller den Wert der schönen Bilder erkannt: Für das im Herbst erscheinende Stealth-Actionspiel Dishonored durfte Harris in einer exklusiven Vorabversion auf Bilderjagd gehen.

Für den Rest der Games-Fotografen ist die Vermarktung bislang kein Thema: Sie präsentieren ihre Werke auf Flickr oder in eigenen Tumblr-Blogs. Joshua Taylor, Iain Andrews oder Leonardo Sang lenken den Blick auf die Details und Nebenschauplätze der virtuellen Architekturen, während James Pollock mit seinen Schwarzweißbildern aus Red Dead Redemption und Skyrim an Klassiker der amerikanischen Naturfotografie anknüpft.

2.13.2013

startup text Art Exchange Lab - versie 1

Art Exchange LABoratory n° 1

dd 05.02.13 current Title: ...it's a Give and Take pt.1.


startup by: Lore Vanelslande, Thomas Vandeberghe, Bruno V Roels, Peter AH Waterschoot

De impact van het internet op ons denken en doen heeft steeds meer en steeds diepgaander impact dan we zelf soms zouden willen toegeven. Eén van de fijnste tendensen die voortspruit uit het leven en zoemen in de social media ‘beehive’ is die van het sharen, het delen. Zelfs de ferventste kluizenaars zijn in veel gevallen aanwezig op het internet, om beelden te delen, om evenementen te delen, om te delen in werk en passie van anderen, om te weten wat er gaande is.

Het is deze web 2.0 golf die in de eerste plaats bovenstaande namen samenbracht. Het is deze golf die ook de aanzet tot hun start-up-project ‘ Art Exchange Lab’( later omgedoopt tot 'it's a give and take') de nodige vleugels en legitimiteit gaf.

4 kunstenaars nodigen ieder 5 kunstenaars uit.
Ieder van deze 24 kunstenaars brengt 1 werk naar keuze mee.
Met deze werken wordt een pop up tentoonstelling opgebouwd. De 'window dressing' van deze expo refereert naar het habitat van de kunstenaar, het atelier; de werken hangen, staan, liggen, zijn out of the box in de ruimte verspreid, waardoor er ook een grafisch-architecturale interactie tussen de werken ontstaat en er ook plastisch gereflecteerd wordt over tentoonstellen.De tentoonstelling is toegankelijk voor iedereen.De 30 kunstenaars nodigen publiek uit.

Tijdens het toonmoment kunnen de werken door alle 30 ‘geliked’ worden, kunnen de kunstenaars in gesprek gaan, en kan er, geheel volgens de doelstelling, werk geruild worden.

Het enerzijds/anderzijds van ruilen tussen kunstenaars:

Het gaat om een materiële ruil. De ‘verovering’ van een kunstwerk zonder er de naakte prijs voor te moeten betalen.
( a) kunstenaars steken hun geld beter in eigen werkbudget) (b) Gelukkig zijn er, dit geheel terzijde, nog steeds kunstliefhebbers die deze soms hoge naakte prijs wél willen betalen. Het zijn zij die de motor draaiende houden. Want kunstenaars leven niet van liefde voor de kunst alleen.)

Maar, waar het bij het ruilen vooral om gaat, is de chemie die ontstaat.
Er worden ideeën, contacten, inzichten, appreciaties, manieren van kijken en ervaringen uitgewisseld. Beginnende artiesten kunnen er hun werk evalueren, moed putten om door te gaan, en de oude rotten idem dito wat dat betreft.

Een project als dit kan een procesmatige ‘werking’ , een chemie in de kunstensector in gang zetten. Kunstenaars zien elkander zelden als concurrenten. Veelal bewondering eerder. Betekenisvol supporterapplaus .
Echter wel, enkel in een ‘Open City’ een stedelijke omgeving die enerzijds magneet van talenten en anderzijds platform voor sociale cohesie is. De stad/ het Land als dorp van gelijkgestemden. Gelijkgestemden die de handen uit de mouwen steken en de hand aan de ploeg slaan. Ze doen het Zelf.

Deze ‘do it yourself tendens’ heeft gelijklopend met de sociale media zijn (her)intrede gedaan. Pop Up evenementen zijn niet langer de obscure Underground van de Nineties. De scheidingsmuren tussen galerij, museum en de ‘open city’ vallen weg. Hedendaagse kunstenaars bewegen in verschillende circuits, van huiskamerconcept tot topgalerij. -Permeabiliteit zal heersen-.

1.18.2013

Rorschach versus Geometrics. Tekst bij Werktitel Artwall 6.

Het staat buiten kijf dat de Rorschach test als psychologisch testinstrument al heel wat (terechte) kritiek heeft moeten en mogen ondergaan. Feit is wel dat de beroemde gespiegelde inktvlekken deel zijn gaan uitmaken van ons cultuurpatrimonium. Ze staan eerder ongewild symbool voor het bizarre, het onvatbare, alles wat met dieperliggende drijfveren en de menselijke weerhaken in het denken te maken heeft. Herinnert u zich bijvoorbeeld nog de film Dead Ringers van David Cronenberg, waarin Jeremy Irons een behoorlijk gestoorde tweeling (beide chirurgen) speelt?

Feit is net wel dat het, gek genoeg, een niet lineaire symmetrie is die aan de basis ligt van de grilligheid van deze illustere inktvlekken. De Rorschachvlek vormt met zijn veelheid aan details een Gestalt-beeld waarin je heel andere totaalcontexten zou moeten kunnen ontwaren.
Het is op basis van dit -in de perceptie- vrij ver-vormde totaalbeeld dat de manier van denken van de geteste persoon zich stap voor stap voor de onderzoeker zou moeten onthullen.

Ook bij kunstwerken is dit zo. De kunstenwerken zijn betekenisdrager van wat de kunstenaar zou willen communiceren. Eens aan een muur of in een boek leeft dit kunstwerk echter zijn eigen leven –en kan de kijker er (naar analogie met de Rorschachvlek) er zowat alles in zien.
En dat is goed, want kijken is een persoonlijke beleving.

Wij gebruiken in Artwall 6 de werktitel ‘Rorschach versus Geometrics’ als een onderzoek naar de esthetische ervaring bij zowel kunstenaar als kijker.
Het onderbewust-psychologische of het zintuiglijke-cerebrale, zijn het wegen die ver naast elkaar lopen of zijn het wegen die onvermijdelijk kruisen?

Het woord ‘esthetiek’ is etymologisch verbonden met het Griekse aisthèma dat ‘waarneming’ betekent. De ‘waarneming’ zou tegenover het ‘denkbare’ moeten staan. Maar is dit zo?
Wat we zien en wat we waarnemen zal meer dan waarschijnlijk nooit hetzelfde zijn voor jou en mij, en zelfs niet voor jezelf, voortdurend ‘lerend’ doorheen de tijd .

Het begrip esthetiek houdt bovendien meer in dan alleen schoonheid, het bevat ook een veelheid aan categorieën gaande van ‘het sublieme’ tot ‘het afstotende’. Variërend van bijvoorbeeld de ‘semi-goddelijke gevoelens’ voortspruitend aan de uit wiskundig-geometrische figuren opgebouwde muziek van JS Bach, tot de o zo menselijke voorliefde voor de romantiek die uitgaat van ruïnes, (wat in wezen niet meer zijn dan ingestorte gebouwen … ).

Harmonie als toppunt van pure schoonheid?
Of liever schoonheid ervaren via weerstand of schok?
Een middenrif-ervaren en/of cerebraal kijkplezier?
Het is op dit kruispunt van cognitie en emotie dat Artwall 6 zich wil bevinden!

PW 16.01.13

12.09.2012

@44 gallery Young Emerging Talents. tekst als basis voor de intro bij de duo expo van Debby Thijs en Marjolijn Rijks. TOUCH.vernissage dd.09.12.12



Deze introductie bij het werk van Marjolijn en Debby, meandert via aan aantal anecdotes en bedenkingen richting een conclusie. Ik hoop dat U me even wilt volgen langs een hink, een stap en een sprong. Een aarzelende maar toch doelbewuste hinkstapsprong.

Anecdote 1. (Hink).

Ik was vorige week aanwezig op een presentatiemoment van het derde jaar fotografie, dagschool Kask. Alle veertien aanstormende fotografen en fotografes werden voor drie dagen gedropt in de nabijheid van Charleroi. Volgens mij een bijzonder interessante oefening. Ze kregen namelijk allemaal dezelfde locatiegebonden beperking! Dit ervaarde ik als bijna symbolisch, want in de hedendaagse fotografie wordt er heel veel in dezelfde vijver gevist. Gelijkaardige locaties en thema’s komen terug. Onderwerpen en stijlen worden hernomen, gerecupereerd, heruitgevonden. Kortom, het is helemaal niet evident om zich als ‘eenzame fietser’ van het peleton, of moeilijker nog, van de geschiedenis, los te rijden. We worden gebombardeerd met werk van wannabe-fotografen. Om het op z’n Vlaams te zeggen, de straten zijn ermee geplaveid. Maar wat een genoegen voor een fotoliefhebber om fotowerk te mogen ontdekken dat zich, nà hard cerebraal labeur, complexloos en vastberaden weet te onderscheiden. Veel fotowerk uit deze laatste categorie zult u misschien helemaal nooit te zien krijgen.
Wat een gek idee. Het fotowerk van uw dromen bevindt zich ergens ter wereld, in een lade van een fotograaf die niet van internet weten moet.

Vraag: hoe geraakt een beeld uit een jong en fragiel fotografisch oeuvre bevrijd uit de, laat ons maar zeggen, ‘internet-soep’? Hoe komt het bij wijze van spreken ‘bovendrijven’, en vervolgens, hoe geraakt datzelfde fotowerk bij U thuis bij de kunstkoper aan de muur? Deze weg verloopt zonder twijfel van oog naar hart. In een eerste zeer fragmentarisch hoogst waarschijnlijk ‘internet’-contact kan een beeld blijven steken, als een scherf in onze hersenen. Vervolgens, moet het werk de confrontatie met de muur aankunnen. Er zijn muurfotografen en er zijn boekfotografen, maar hoe dan ook, is én blijft een steekhoudende muurpresentatie van cruciaal belang in het proces van foto tot kunstwerk. Gespecialiseerde galerijen, net zoals degene waar we ons nu op dit moment bevinden, spelen een cruciale rol in de ontsluiting van prachtig, maar minder bekend werk. Een derde, uiterst belangrijke, maar magische stap, kan enkel beleefd worden door de kunstenaar zelf of, door de koper van een kunstwerk. Wat dat betreft zijn zij gelijken of meer nog zelfs, misschien wel ‘partners in crime’. Kunstenaar en koper, inzet vs appreciatie, dansen samen een trage tango.
De aankoop van een kunstwerk is geen geflirt voor eventjes, het is een engagement, voor langere tijd, misschien wel voor het leven. De ‘Test of Time’ is immers de ultieme lakmoesproef voor een kunstwerk. Het valt voor dat fotowerk in de vlugte geconsommeerd raakt met één blik. Het kan dan nadien zelfs ronduit beginnen vervelen, irriteren zelfs. Maar het kan best ook zijn dat de blik terugkeert. En het ultieme fotowerk is dat fotowerk dat diezelfde steeds terugkerende blik stoïcijns zelfverzekerd jarenlang kan blijven ‘dragen’. De fotowerken die hier hangen bieden zich aan in die stoïcijnse categorie.



Anecdote 2.(Stap)
Een ‘culturele uitstap’ die me vorige zomer zeer bijgebleven is, was een bezoek aan het prachtige kasteel van Gaasbeek waar de sublieme expo ‘Sehnsücht ‘ te zien was, gecureerd door de immer fijzinnige Oscar van den Boogaard. Het was echter niet de kwaliteit van de Sehnsüchtige kunstwerken die me bijbleef. Het was vooral het min of meer verplichte gebruik van de audiofoon. Een steriele stem, die recht in je oor vertelt wat je op dat moment zelf aan het zien/registreren bent. Bah! Horror en ergernis! Ergernis, wegens het ontstolen plezier van het ontdekken. Maar ook, ergernis gepaard met verwondering over de volgzaamheid van onszelf als mens bij het aura van de woorden van de al dan niet onfeilbare kunstgids.

U hebt ondertussen begrepen dat deze introductie niet noodzakelijk kort wordt, maar ik wil U wel graag beloven, vertrekkend vanuit de ervaring van anecdote 2, U met deze uiteenzetting zeker niet het ‘plezier van het autonome kijken en ontdekken’ te ontnemen! In dit geval specifiek. Want de aard van de werken van Marjolijn en Debby vraagt dit! Het zijn namelijk werken die de persoonlijke blik van de kijker nodig hebben. De werken ontvouwen zich traag, geven zich slechts bij langer kijken bloot. De ervaring die dit genereert bij de toeschouwer is bij wijze van spreken belangrijker dan het beeld zelf. De beelden zijn een medium.

Ik doe hard m’n best om in deze bespreking woorden als: intimistisch, mooi, verrassend, eigenzinnig, poëtisch, donker, rebels, vrouwelijk, … NIET te gebruiken. Via de entertainmentwereld zijn dit soort woorden immers niet meer dan louter containerbegrippen geworden, of anders gezegd, passe partout woorden; woorden die ten pas en ten onpas steeds weer opnieuw gebruikt worden en net daardoor iedere betekenis verliezen, of erger nog, zelfs afbreuk doen aan de kracht van de complexe levensvragen die de nog jonge auteurs bij het maken van deze beelden voor ogen hadden. De jeugd van beide fotografes staat niet noodzakelijk in contrast met moeilijkere thema’s en /of levensvragen. Het is net die jeugd die hen grote mysteries doet onderzoeken en die hen een grotere, meer verhoogde gevoeligheid verschaft.

Een schilder beschikt over verf, ideeën, passie soms. Een fotograaf beschikt over keuzes, licht, ideeën en zijn of haar persoonlijk (of geconstrueerd) gevoelsleven. Via het spel van de evocatie brengt de fotograaf de kijker naar de twijfelwereld tussen fictie en realiteit. In het werk van deze fotografes voert dit ons niet zozeer richting ‘begrijpen en verklaren’, dan wel richting ‘aanvoelen’. De link tussen ‘kijken’ en ‘ontsluieren’, is een woordeloos persoonlijk proberen capteren van de ‘beleving’ ervan, waarbij het niet meer uitmaakt of u dan wel in de schoenen van de fotografe, of in de schoenen van uzelf wil staan. Deze foto’s vragen de kijker niet meer dan de bereidheid om voor een stil minuutje of zo te willen verwijlen in het foto-oppervlak. Een ‘suspension of disbelief’. De bereidheid om jezelf even te verliezen in een spel met je emoties, om je jezelf, na het mijmeren, met een ander gemoed misschien even terug te moeten gaan zoeken in de zakken van je jas, in het knipperen van je ogen, of bij de afdeling gevonden voorwerpen, afhankelijk van de impact van de werken.

En daarmee kom ik tot de (sprong) in mijn verhaal. De foto’s van Marjolijn en Debby hebben beiden gemeen dat het foto’s zijn die enerzijds voortkomen uit de ziel en anderzijds ook bestemd zijn voor de ziel. Met deze invalshoek zit er echter ook al weer een semantische kink in de kabel. Namelijk, wat is dat dan ‘zielsfotografie’? Of, om het met een nog mooier woord te bevragen; wat is dat ‘binnenspiegelfotografie’? Wanneer ik naar de foto’s van zowel Debby als Marjolijn kijk, land ik qua referentiepunten steeds weer in eenzelfde driehoek; ik zie flarden uit de cinema van Ingmar Bergman, ik zie de Japanse expressionistische fotografie van laatse dertig jaar van vorige eeuw (Araki, Fukase, Masao Yamamoto, Daido Moriyama, …) en ik zie ook schilderkunst. U hebt wellicht nog andere aanknopingspunten. Dat is normaal, we leven in het tijdperk van het amalgaam. Beide fotografes hebben hard hun weg gezocht in een eigen beeldtaal, mijns inziens beiden op expressionistische leest geschoeid, verschillend wel, de ene via een bewust té duister pad, de ander via een al evenzeer bewust pad van té helle belichting.

Ieder van deze werken draagt méér dan een hint van ‘Ondraaglijkheid’ in zich. Waarmee ik via ‘Ondraaglijkheid’ terug bij de Ziel kom. Die Seele. In onze Westerse cultuur staat Ziel a.h.w. voortdurend met hoofdletter Z, wegens exclusief toegeëigend terrein van enerzijds het christendom en nadien de (wat kleffe) burgerlijke romantiek. Via Zielsbeleving, Cultuur en Romantiek zocht toentertijd de opklimmende burgerij naar een eigen statuslegitimatie, naar een alternatief voor het aristocratisch aura. Dat woord Ziel kunnen we dus beter ook al niet meer zo licht gebruiken, het is behoorlijk vervuild. Om maar te zeggen, een historisch-semantisch probleem. Misschien moeten we dientengevolge voor die terminologie rond ‘ziel’ de grote Z laten vallen en op zoek gaan naar de kleine ‘z’, dan kunnen we, enigszins bevrijd en beter dan voorheen, onze aandacht houden bij een prereligieuze, preburgerlijke, maar immer latente oer-spiritualiteit Deze terugkeer naar spiritualiteit, of eventueel ‘ontvankelijkheid’ staat des te dichter bij de mens en natuur. Vandaar ook eerder vernoemde linken naar Japanse kunstenaars, want zij zijn, geschiedkundig te verklaren, toch helemaal anders verweven met deze ‘zielsmaterie’.
Dit is fotografie die zich begeeft op het ‘onchristelijke’, ‘heidens’ terrein van onzekere menselijkheid. Het is, volgens mij, expressionistische fotografie, gemaakt door vrij denkende, goed geaarde, sterk voelende jonge mensen. Voorzichtig, maar moedig gemaakt.

Ik wil de fotografie van beide jonge dames dan ook graag ‘paganistisch’ (durven) noemen. Pagan / Heiden is hier allesbehalve pejoratief. Het draagt puurheid in zich. Bijvoorbeeld, de puurheid van de overweging of we nu dan wel in de wereld ‘gedragen’, dan wel in de wereld ‘geworpen’ zijn. Mijn term paganisme voor deze werken, is dus een speelse geuzennaam voor een kunst die ontspruit uit een verhevigd ‘da–sein’, maar dan wel een ‘da-sein’; ‘een in de wereld aanwezig zijn’ dat hoe dan ook los staat van dwepen of pochen ( wat bij romantici dan weer wel het geval is).

Hopelijk kunnen/willen jullie na deze hinkstapsprong, de provisoire betiteling ‘paganistisch’ als eretitel aanvaarden. Mijn respect. Veel succes, Marjolijn, Veel succes, Debby.



Peter Waterschoot dd 05.12.12.
www.peterwaterschoot.com


Grasduinen bij het schrijven:
Alessandro Baricco, De Barbaren.
Theodor W. Adorno, Cultuurkritiek en maatschappij
Willem Elias, Moderne Kunst, De Essentie / Tekens aan de Wand
Leonard Koren, Wabi Sabi for Artists, Designers, Poets and Philosophers

6.10.2012

part 3 of 'Movri'











With special thanks to Michael and Cris who have splendidly renovated and revived concerthall Movri at Boortmeerbeek !

part 2 of Movri










part 1 of MOVRI











With thanks to miss Loulou, miss Jennifer, miss Mimi and Gigi l' Extravaganza .

3.20.2012

Statement, Vanitas.

As a photographer, I like to embrace the idea that in due respect of our own mortality, there is a certain perversion at the very heart of beauty, as well as the fact that there is a similar beauty to be found within perversion. PW.

2.24.2012

raw collage material

Paper Tiger Monkey

In de aanloop naar tentoonstelling in Fotopension, Köln, 030312, tekst geschreven door Bart Biesbrouck.

Het Unheimliche microklimaat van Peter Waterschoot Nadat hij acht jaar lang vooral straatfoto’s had gemaakt, besloot Peter Waterschoot (°1969) de documentaire fotografie achter zich te laten. Sindsdien drukt hij zich uit in een compromisloos poëtische beeldtaal. “Ik wil Unheimliche gedachten oproepen bij de toeschouwers. Ik wil aanraken wat ze net niet onder ogen willen zien: hoe erg een onbereikbare utopie is.” In de reeks ‘Entropia’ van Peter Waterschoot zit een foto van een serre. Het is geen broeikas die baadt in het helle geel en wit van de middagzon. Het nevelige licht dat er hangt is dat van l' heure bleue, het efemere ogenblik wanneer nacht overgaat in dag, slapen in waken, droom in daad, of vice versa. Het is niet het enige werk van Waterschoot dat loom, somber en beklemmend is. Meer dan eens ontwaar je wel zinnelijkheid, maar het is een zinnelijkheid die versmacht wordt onder de decadente sluier van het noodlot. In het onbehaaglijke microklimaat van Peter Waterschoot slaat er altijd een beetje condens neer op je vel. Zijn fotografie is broeierig en kil tegelijk. De beelden van Peter Waterschoot zijn film- of theaterdecors zonder acteurs en zonder scenario. “Het zijn plekken die ik al in gedachten had voor ik ze ontdekte. Ik ga ernaar op zoek en maak er mijn ideale beeld van. Vaak zijn het lege, morbide decors die ik heel bewust ontdaan heb van mensen. Ik heb ze ‘weggeveegd’ om een leeg toneel over te houden, een bühne waarop de toeschouwer zijn eigen fantasie kan projecteren. Die donkere plekken wil ik presenteren als trigger voor gedachten van de toeschouwer. Het zijn ‘omgekeerd-pittoreske’ beelden.” In die beelden wil hij de regressie van de westerse beschaving vatten – de illusie van de maakbaarheid van de samenleving en de desillusie bij de vaststelling dat die samenleving veel minder maakbaar is dan we hoopten. “We zijn geconditioneerd om te geloven in de positieve evolutie van de geschiedenis. Lang meenden we dat we daar een positieve bijdrage aan kunnen leveren, als we maar goede mensen zijn. Maar stilaan worden we ons bewust van de aangekondigde Untergang des Abendlandes. Dat besef hangt als een sluier over ons samenleven. In mijn foto’s probeer ik die sluier weer te geven, door in te spelen op een gemeenschappelijk verlangen van ons geheugen, het zoeken naar een geschiedenis die er nooit echt geweest is, een gemeenschappelijk idee van utopie. Ik noem dat ‘het afdalen in de keerzijde van de ideale wereld’. Op zoek naar de angst voor het uiteenvallen van onze zekerheden, een angst die leeft zowel in elke individuele mens als in een collectief bewustzijn.” Heeft Waterschoot het misschien over de huidige economische en ecologische crisis? “Ik ben al veel langer bezig met het idee van verval. Op een bepaalde manier wou ik wel profetisch zijn, maar nu moet ik me haasten of ik hink achterop. Maar ik wens niets liever dan dat mijn ‘profetieën’ vals blijken. Ik wil geen onheilsprofeet zijn.” Waterschoot neemt je mee naar de afgrond, maar zelf blijft hij op een bestudeerde afstand – de fotograaf mag niet overmeesterd worden door de demonen die achter het fotopapier verscholen zitten. Zijn bekommernis mag het afstandelijke registreren niet in de weg staan. Hij noemt zichzelf een neoromanticus, beïnvloed door de zware weemoed van het fin de siècle en door de Japanse literatuur. “Schrijvers als Junichiro Tanizaki en Yukio Mishima gaan uit van een sublieme esthetische ervaring die geen gevoelsbeleving is maar een zeer afstandelijke, gecontroleerde beleving. Het estheticisme van een symbolist als Joris-Karl Huysmans sluit daar nauw bij aan. Alleen gaat die daarin zo ver dat het decadent en verstikkend wordt. Vanuit dat Japanse perspectief, maar dus ook vanuit het symbolisme, zijn mijn foto’s zeer bestudeerd, afgewogen, beschouwend. Daardoor krijgen ze spanning én rust.” Bart Biesbrouck

2.23.2012

van mensen verlaten .

(uit: Walter Benjamin: Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid) In de fotografie begint de tentoonstellingswaarde de cultuswaarde over de hele linie terug te dringen. Deze wijkt echter niet zonder verzet. Ze betrekt een laatste verschansing, en die is het menselijk gelaat. Geenszins toevallig staat het portret in het middelpunt van de vroege fotografie. In de cultus van de herinnering aan de verre of gestorven geliefden vindt de cultuswaarde van het artistieke beeld haar laatste toevlucht. In de vluchtige uitdrukking van een menselijk gezicht wenkt uit de vroege fotografieën de aura voor de laatste maal. Dat is het, wat hun droefgeestige en met niets te vergelijken schoonheid uitmaakt. Waar evenwel de mens zich uit de fotografie terugtrekt, daar treedt voor het eerst de tentoonstellingswaarde de cultuswaarde zegevierend tegemoet. Aan dit proces zijn plaats te hebben gegeven, is de onvergelijkelijke betekenis van Atget, die de straten van Parijs rond negentienhonderd onder hun van mensen verlaten aspecten vastlegde. Zeer terecht heeft men van hem gezegd, dat hij ze opnam als een plaats van de misdaad. Ook de plaats van de misdaad is van mensen verlaten. Haar opname geschiedt om wille van de aanwijzingen. De fotografische opnamen beginnen bij Atget bewijsstukken in het historische proces te worden. Dat maakt hun verborgen politieke betekenis uit. Ze vereisen al een receptie in bepaalde zin. Tegenover hen is de zwevende contemplatie niet langer adequaat. Ze verontrusten degene die ze beschouwt; hij voelt: om in hen door te dringen moet hij een bepaalde weg zoeken. Wegwijzers voor hem beginnen gelijktijdig de geïllustreerde kranten uit te zetten. Juiste of verkeerde - dat doet er niet toe. Daarin is het onderschrift voor het eerst onmisbaar geworden. En het is duidelijk dat dat van heel andere aard is dan de titel van een schilderij. De richtlijnen die degene die foto's in het geïllustreerde tijdschrift bekijkt, door het onderschrift ontvangt, worden spoedig daarna nog nauwkeuriger en dwingender in de film, waar de interpretatie van elk afzonderlijk beeld door de opeenvolging van alle voorafgegane beelden voorgeschreven lijkt. -Walter Benjamin-

1.18.2012

text for Fotopension Exhibition 03 03 2012.

I always wanted to be a writer but now I am a photographer. My writing was mostly depictive, so taking up photography seemed like a logical progression – something I needed to do. I am strongly influenced by the idea of decay of Western civilisation. It is this concept which motivated me to create a rather dark photographic aesthetic, evoking a bleak, gloomy and suffocating atmosphere which might bring you to a point of katharsis. Although they are ‘shot as it is’, my pictures feel set-up as a scene or a stage. This ‘Bühne’ is nothing without the spectator; the spectator creates the scenario. My pictures are meant to let your thoughts run free. My working method is calculated. I am constantly location hunting in search of this elusive dark atmosphere. I methodically hunt the borders of the nighttime - the hunt always starts around the elusive ‘blue hour’. My photography has a double approach; on the one hand I try to project rather neo-romantic feelings in the images, while maintaining a cool and distant atmosphere. This contradiction creates a certain tension in my pictures. There are also voices guiding me, whispering from the binds of books; Tanazaki, Mishima, Brodsky, Huysmans, Wilde, Orwell and many other evocative authors. In a way, it is their ink that runs – dissolved - through my work. Dissolved, but still faintly sweet smelling. As a poison, attractive but treacherous. Peter Waterschoot. Ghent- Belgium.07.01.2012 ---------------- Und auf Deutsch. übersetzung E-D by Sharon Vandenbossche (BE). Ich habe immer Schriftsteller werden wollen, heute bin ich aber Fotograf. Auch damals schon war mein Werk vor allem bildhaft; mich der Fotografie zu widmen, war also nur ein logischer Schritt. Der Verfall der westlichen Zivilisation hat mich immer schon beschäftigt. Diese Idee hat mich zu einer eher dunklen Fotografie geführt, die eine dunkle, faule, düstere, erstickende Stimmung hervorruft, die schließlich zu einer Art Katharsis führen könnte. Obwohl nichts inszeniert worden ist, scheinen meine Bilder in Szene gezetst zu sein. Diese Bühne ist aber nichts ohne ein Publikum: Es ist der Zuschauer, der die Szenario liefert. Meine Fotos haben zum Ziel, die Gedanken freien Lauf zu lassen. Ich arbeite immer nach einer bestimmten Methode. Ich bin ständig auf Location-Suche, auf der Suche nach dieser ungreifbaren dunklen Atmosphäre. Ich jage den Grenzen der Nacht nach, der Ausgangspunkt ist immer die ungreifbare “blaue Stunde”. Ich versuche zwei Aspekte in meine Fotografie zu integrieren. Auf der einen Seite versuche ich eher neoromantische Gefühle in die Fotos zu projizieren. Auf der anderen Seite bleibt meine Fotografie kühl und distanziert. Dieser Gegensatz verleiht meinen Bildern eine gewisse Spannung. Und dann gibt es noch die ‚begleitenden Stimmen‘, die mir von ihren Büchern zuflüstern: Tanazaki, Mishima, Brodsky, Huysmans, Wilde, Orwell und manche andere ausgezeichneten Autoren. Irgendwie ist es ihre Tinte, die durch mein Werk fließt, aufgelöst, aber immer noch spürbar anwesend. Wie Gift: verlockend aber verräterisch. Peter Waterschoot. Gent- Belgium.07.01.2012 -------------About myself, Belgian photographer, °1969, started with photography in 2000 and graduated in 2009 at KASK Ghent with a specialisation degree in visual arts. Exhibitions : Entrepot Fictief (Jan Colle) gallery 2009, Second Room Ghent 2010, Emile Verhaerenmuseum 2010, Fotopension Köln 2012, 44 gallery Bruges 2012.